HIV / Aids

Hiv staat voor Humane Immuno deficiency Virus en wordt ook wel het aidsvirus genoemd. Door de witte bloedlichaampjes kapot te maken, tast dit virus het menselijk immuunsysteem aan. Gevolg hiervan is dat het lichaam zich niet meer kan verdedigen tegen bepaalde ziekteverwekkers. Je wordt dan van een eenvoudige verkoudheid al doodziek.

Als iemands weerstand zo ver is gedaald dat hij infecties krijgt die bij gezonde mensen geen kans hebben, dan spreken we van aids. Voluit heet de ziekte Acquired Immuno Deficiency Syndrome. Aids is niet één ziekte, maar een verzameling ziektes, die veroorzaakt worden door aantasting van het afweersysteem.

Hiv kan van mens op mens worden overgedragen via bloed, zaad, vaginaal vocht en moedermelk. Besmetting met het virus vindt meestal plaats via onbeschermde seks, via besmette naalden (onder meer bij drugsgebruik) of via bloedtransfusies.

Moeder op kind
Daarnaast kan hiv worden overgedragen van moeder op kind tijdens de zwangerschap of bevalling, als de moeder seropositief is. Na de bevalling kan de moeder het virus overdragen via de borstvoeding. De kans op overdracht van moeder op kind is echter te verkleinen tot minder dan 2 procent. Daarvoor zijn behandeling met medicijnen van de moeder tijdens de zwangerschap en andere voorzorgsmaatregelen bij de bevalling (keizersnede, géén borstvoeding geven) noodzakelijk.